|
Schutterij
St. Sebastianus, Schinnen
Onze geschiedenis
Taak van de schutterij
In vroegere eeuwen had ieder dorp van betekenis en zeker iedere heerlijkheid, zoals te Schinnen, zijn eigen schutterij. Zulk een schutterij was geen overdreven weelde. Terwijl er geen rijksapparaat bestond, om voor de openbare veiligheid in het dorp te zorgen, was dat de eerste taak van de schutterij. In woelige tijden moesten de schutters 's nachts patrouille lopen.
Vervolgtaak van de schutterij
Als vreemde elementen, zoals zigeuners en taters, de wegen onveilig maakten, hadden ze de handen vol. Zij bewaakten en vervoerden de gevangenen en hielpen de scherprechter bij executie van ter dood veroordeelden, vooral in de tijd van de bokkenrijders. Bij kermis en feesten handhaafden ze de orde; met hetzelfde doel begeleidden ze de jaarlijkse H. Sacramentsprocessie.
Dienstdoen bij de schutterij
Wel was de dienst niet verplichtend, maar er werden steeds genoeg rekruten gevonden wegens de hoge soldij, bestaande uit zeer veel bier. De leiders of gegradueerden behoorden altijd tot de vooraanstaande ingezetenen. Het opperhoofd was de gebiedende dorpsheer; hij of zijn stadhouder loste bij het vogelschieten het eerste schot. Bij de parade op Kermismaandag kregen de manschappen vier tonnen bier: een van de heer, een van de pastoor, een van de schout en een van de schepenen
Meetrekken bij de Grote Bronk verboden.
Reeds zeiden we, dat in vroeger eewen de schutterijen de grote Bronk moesten vergezellen om de orde te handhaven. Daaruit schijnen misbruiken ontstaan te zijn; men vond het minder passend, dat zulk een militair corps met zijn schrikwekkende achterladers, kletterende wapens en roffelende trommen die stille ommegang vergezelden.
Daarom werd bij schrijven van 27 Juni 1747 door Mgr. Johannes Antonius de Robiano, bisschop van Roermond, aan de schutterijen verboden, om met trommel, geweer of andere instrumenten in de processie mee te trekken of in de kerk aanwezig te zijn.
Dat verbod werd door dezelfde bisschop nog eens herhaald op 18 Maart 1750 en in hetzelfde jaar 8 October 1750 zette keizerin Maria Theresia als sanctie op overtreding een boete van fl. 25.-- voor elke
deelnemer. 't Schijnt nog niet geholpen te hebben, want op 6 juni 1764 liet officiaal
Hendrik Neijnens het bisschoppelijk decreet van 8 October 1750 nog eens afkondigen in alle kerken van het dekenaat Valkenburg. Ook in het nieuwe bisdom Roermond bleef dit verbod gehandhaafd en het werd op 9 Nov. 1849 door Mgr. Paredis opgeheven.
Schinnen was vroeger een Heerlijkheid.
Onder de Franse overheersing kwam hier een einde aan. Na de Franse tijd kwam Schinnen onder het Hertogdom Limburg te vallen.
In 1867 werd Limburg een provincie van Nederland, vanaf toen werden de Schinnense jongens ingedeeld bij de gewone onderdelen van de Nederlandse krijgsmacht.
Leden
Heden ten dage telt de schutterij Sint Sebastianus zo'n 60 actieve leden en vervult een culturele rol binnen de Schinnense gemeenschap. Hierbij staan diverse activiteiten zeer centraal, zoals de Sacramentsdag, het koningsschieten, en de schuttersfeesten (Bondsfeesten, O.L.S. & Z.L.F.).
Scheiding
- In 1857 bij het schieten van de koningsvogel ontstond onenigheid.
- De schutters van Puth scheiden zich af en beginnen eigen schutterij.
- In 1885 na het winnen van het internationaal schuttersfeest te Gulpen werd niet in Thull gelopen. Thull begint eigen schutterij.
Schutterij St. Sebastianus a.d. 2003
Schutterij Sint Sebastianus neemt, als lid van de Schuttersbond Sint Gerardus Amstenrade, jaarlijks deel aan vier bondsschuttersfeesten.
Naast de bondsschuttersfeesten nemen we ook deel aan het Oud Limburgs Schuttersfeest (O.L.S.). Hieraan doen alle schuttersbonden uit Belgisch- en Nederlands Limburg mee (ca. 175 schutterijen). De schutterij die de schietwedstrijd van het O.L.S. wint mag dit feest het jaar daarna organiseren.
Het uniform.
- Het tenue, dat de schutterij Sint Sebastianus draagt, is een fantasie uniform.
De schutterij van voor naar achter

In een optocht wordt de schutterij vooraf gegaan door een klein menneke (of meisje) met een groot bord met hierop "Schutterij Sint Sebastianus Schinnen" en het optochtnummer.
In de jaren '70 en '80 werd de bordjesdrager langzaam 'ingelijfd' bij de schutterij. Dus kreeg het parmantige menneke een heus uniform en belande hij op de lijst van wedstrijdonderdelen.
Nu controleert de jury onder andere of hij niet te ver voor de troep uitloopt en geen overdreven passen maakt.
Hoewel zij in het verre verleden geen functie binnen de schutterij hebben vervuld, vormen de bielemannen heden ten dage een zeer markante verschijning in de optochten. Met berenmuts, baard, blauwe kiel en lederen schort lopen zij voor de schutterij uit. Bijl op de schouder, materiaaltas om de nek. Klaar om waar nodig 'hindernissen op te ruimen'. Daarmee vormen de bielemannen een moderne echo uit een grijs verleden waarin schutterijen kerkelijke processies begeleiden die naar men veelal ten onrechte aanneemt door protestanten en onverlaten werden verstoord.
Uitmonstering
Namaak baard dient er goed uit te zien, een geheel netjes afgewerkt. Scherp bijl, Tas met bepaalde inhoud, Lederen voorschort, Vos blauwe kiel, Halsdoek rood, Witte broek, Schoeisel klompen, laarzen of hoge-schoenen.
Onze bielemannen
Tamboer maitre.
Met de graad van Sergeant-majoor loopt de tamboer maitre voor de drumband

Drumband.
Sinds jaar en dag marcheren de schutters met een 'vliegend vaandel en slaande trom' door stad en land. Tot in de twintigste eeuw moet dat letterlijk worden genomen. Een drumband voor 1900 bestond voornamelijk uit een of enkele tamboeren om de schutterij ritmisch te begeleiden. De drumbands die de huidige schutterijen met hoorngeschal en welluidende klanken voorgaan, zijn in feite pas na de Tweede Wereldoorlog in zwang geraakt.
Onze Drumband

Mooi om te zien, maar zonder historische betekenis: dat zijn de marketentsters die sinds begin jaren '70 de schutterijen begeleiden. Het idee van de marketentster is afgeleid van de vrouwen die (vaak met kind en kegel) in de 16e en 17e eeuw achter de legers aan trokken. Het was een mogelijkheid om bij de echtgenoot in de buurt te zijn en hem van zijn droogje en natje te voorzien. Hun 'rats, kuch en bonen' moesten de huursoldaten in die dagen namelijk veelal zelf zien te organiseren. De vrouwen maakten van de nood een deugd, en boden ook anderen voedsel en drank als koopwaar aan. Vandaar de naam marketentster, die is afgeleid van 'markentare' hetgeen verkopen of verhandelen betekent.
onze marketensters

Uitmonstering
Mandje met daarin brood, kaas & worst Vaatje met daarin cognac of Els.

Vaandel
Sinds mensenheugenis speelt het vaandel een belangrijke rol, zowel in de samenleving als ook binnen de legers. Nog steeds symboliseert het vaandel trouw aan en eerbied voor kerk en vaderland. Zonder proper vaandel mag het gezelschap zich niet eens een schutterij noemen.
Op het vaandel is "Sint Sebastianus 1515" en het oude gemeentewapen van Schinnen.
Nog steeds is het een 'doodzonde' wanneer het vaandel de grond raakt. Slechts de koning(in), paus en bisschoppen mogen bij bijzondere gelegenheden over het vaandel schrijden. De vaandrig bekleedt de laagste officiersrang.
Onze huidige vlag

Onze vaandrig

Koning
De meest markante figuur van de schutterij is zonder twijfel de koning, al dan niet vergezeld van een bevallige koningin. Omhangen met een prachtig palet van zilveren koningsplaten, vormt hij letterlijk en figuurlijk het schitterende middelpunt van de vereniging. En zo wordt hij door de andere schutters ook bejegend. Elke schutter kan koning worden.
Naar eeuwenoud gebruik wordt in het najaar door de leden van de schutterij volgens reglement 'op de vogel geschoten'. Omgeven met een feestelijk ritueel wordt een stevige blok hout met de (rudimentaire) vormen van een vogel op een hoge stand geplaatst.
Nadat de 'oude koning' en de wereldlijke en geestelijke beschermheer (een notabele uit het dorp en de pastoor) het openingsschot hebben verricht, schieten de leden in volgorde van loting om de beurt net zolang op het blok, tot een laatste stukje overblijft. Degene die dit naar beneden schiet, mag zich gedurende het komende jaar koning van de schutterij noemen. Er volgt een plechtige inauguratie, met een zilveren koningskroon op de schuttershoed. Ook worden zilveren koningsvogel en koningsplaten over de schouder gehangen. Na zijn 'ambtsperiode' wordt zijn naam vereeuwigd op de meest recentste zilveren plaat van het koningszilver
Vallende vogel.
Ons koningspaar.
Officieren
Achter het vaandel marcheren de officieren als 'nazaten' van de aloude schuttenmeesters. Zij bekleden in tegenstelling tot hun voorvaderen weliswaar niet meer automatisch een functie in het bestuur van de schutterij, maar zijn toch min of meer de 'meest aanzienlijken' van het gezelschap. Hun rang kregen zij als dank voor jarenlang inzet voor de vereniging. Dus mogen zij zich tooien met een fraaie pluim op de hoed, gouden epauletten op de schouders en een oranje sjerp om de heup.
Onze officieren
Geweerdragers
Achter de officieren marcheren de geweerdragers. In rotten van vier (oude exercitie) met het geweer over de schouder, hand aan de geweerriem. Volgens het 'Normenboekje' (wedstrijdreglement) moet een vereniging minimaal 6 gewapende leden tellen om officieel als schutterij te gelden. Gewapend is in feite elk lid dat 'achter het vaandel loopt', inclusief de tamboer maitre, vaandrig en commandant. Deze laatste loopt naast de colonne en bekleedt de rang van kapitein. De geweerdragers hebben allen de graad soldaat.
Onze geweerdragers.
De zware buks
De vier voornaamste onderdelen van het geweer zijn de twee vizieren, de voorspanner en de trekker. Een van de vizieren, de zogenaamde diopter, zit aan de voorzijde van de buks, het andere aan de achterzijde op het uiteinde van de loop. Het geoefende oog van de schutter zoekt een rechte lijn tussen het kijkgat in het voorste vizier een ring of punt in het bovenste vizier en het bolke. Als hij die lijn gevonden heeft, spant hij de buks met de achterste trekker voor en lost het schot door het overhalen van de voorste trekker.
Sint Sebastianus beschikt over 2 zware (ca.14 kg) buksen:
De hark met bolkes
De kogel
De kogel bestaat uit vier onderdelen: de loden prop, het kruit, het slaghoedje en de huls. De buksmeester legt de kogel in de zogenaamde kamer, waarna deze wordt vergrendeld.
De loden prop (37 gram) is het enige onderdeel dat uit de buks richting bolke wordt geschoten.
Onderdelen kogel
Stand
zorg voor een goede stand `spreidstand´
Trekker
Twee trekkers
Eerst spannen
Vinger langs greep leggen
De vogel
Bedankt voor uw aandacht
Klik hier om terug te gaan naar de beginpagina
|